Soms verdwaal ik in een draak
Schoolklassen die Soms verdwaal ik in een draak bezoeken, kunnen in de klas voorbereid worden op het sprookjesthema. Max. levert knutselplaten, waarmee de kinderen kunnen nadenken over hun eigen sprookjesbosdecor. Ze kunnen met kleur, maar ook met lapjes stof en andere materialen zoals bv bladeren en gras, zelf een creatieve invulling geven aan hun idee van een sprookjesbos.
Verder wordt er per klas een sprookjesboekje geleverd, met vier verhalen van Grimm (bewerkt door Pauline Mol), die samen de rode draad van de voorstelling vormen. Deze sprookjes zijn, met uitzondering van Hans en Grietje, niet erg bekend. Docenten kunnen de sprookjes van te voren in de klas te lezen. Dit zal herkenning geven en het plezier in de voorstelling vergroten. In de voorstelling wordt met allerlei (gebruiks)voorwerpen geluid, muziek gemaakt. Een ouderwets afwasrekje dat over de grond schuurt blijkt een mooi spannend suspense geluid op te leveren. Een doos met ballen is de rommelende maag van de reus. De docent kan de leerlingen uitdagen om als geluidenmakers het verhaal te begeleiden. Daarvoor is het leuk om eerst uit te vinden welke voorwerpen welke geluiden maken. Het schoolbord, de krijtjes, de schaar, de puntenslijper, een eventueel piepende deur, een bal, een schrift, een kartonnen vel papier, de nietmachine etc. Door een ritme aan het geluid te geven verliest het zijn gebruiksvoorwerpklank en wordt het een muziek/geluidsinstrument. In een aantal steden gaan de leerlingen na afloop van de voorstelling samen met de acteurs het sprookjesbos op het podium verkennen in de zogenaamde 'boswandeling'.
Verder wordt er per klas een sprookjesboekje geleverd, met vier verhalen van Grimm (bewerkt door Pauline Mol), die samen de rode draad van de voorstelling vormen. Deze sprookjes zijn, met uitzondering van Hans en Grietje, niet erg bekend. Docenten kunnen de sprookjes van te voren in de klas te lezen. Dit zal herkenning geven en het plezier in de voorstelling vergroten. In de voorstelling wordt met allerlei (gebruiks)voorwerpen geluid, muziek gemaakt. Een ouderwets afwasrekje dat over de grond schuurt blijkt een mooi spannend suspense geluid op te leveren. Een doos met ballen is de rommelende maag van de reus. De docent kan de leerlingen uitdagen om als geluidenmakers het verhaal te begeleiden. Daarvoor is het leuk om eerst uit te vinden welke voorwerpen welke geluiden maken. Het schoolbord, de krijtjes, de schaar, de puntenslijper, een eventueel piepende deur, een bal, een schrift, een kartonnen vel papier, de nietmachine etc. Door een ritme aan het geluid te geven verliest het zijn gebruiksvoorwerpklank en wordt het een muziek/geluidsinstrument. In een aantal steden gaan de leerlingen na afloop van de voorstelling samen met de acteurs het sprookjesbos op het podium verkennen in de zogenaamde 'boswandeling'.


