Gezocht: konijn
Gezocht: konijn
In Gezocht: konijn gaan drie politieagenten op zoek naar een konijn dat ontsnapt is uit de gevangenis. Konijnen houden zich namelijk niet aan de regels. Ze graven overal holen zonder daar een vergunning voor te vragen, eten wortels waar ze niet voor hebben betaald, poepen op straat en hoewel ze enorme oren hebben luisteren ze niet. Er begint een achtervolging waarbij het konijn, in de vorm van een vingerpop steeds ergens anders in de miniatuurstad verschijnt. Uiteindelijk blijkt de stad overgenomen door konijnen en groeien er zelfs bij de baas van de politie konijnenoren. De voorstelling wordt op drie niveaus vertelt. In het groot door de acteurs. Zij zijn als politieagenten de motor van het verhaal. In het klein volg je de gebeurtenissen op een groot scheef tafelblad dat een miniatuurstad verbeeldt. Dit is het niveau van de vingerpoppen en de politieauto,die via een magneet door de stad scheurt. Het derde niveau is dat van de tekeningen. Sommigen worden live getekend, anderen zijn geprepareerd op grote borden.
Gezocht: konijn wordt gespeeld op scholen in Rotterdam, gecombineerd met een taalontwikkelingsproject. Dit project is mede tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van Stichting Bevordering van de Volkskracht.
Taalontwikkeling
Doordat de voorstelling zich op deze drie niveaus afspeelt is er vanuit allerlei invalshoeken een verbinding met het verhaal te maken. Dat geeft de acteurs de mogelijkheid om in hun taalgebruik ‘niet door de knieën te gaan‘. Er is gekozen voor woorden en zinnen die niet per definitie kindertaal zijn. Hierdoor komen de kleuters tijdens de voorstelling in aanraking met allerlei woorden die ze nog niet kennen. Dit is geen belemmering, als ze het niet begrijpen kunnen ze via het poppenspel of de tekeningen het verhaal volgen. Vandaar dat we denken dat de voorstelling veel mogelijkheden biedt om aan te sluiten met een taalprogramma.
Taalworkshop
Na de voorstelling worden de kinderen getrakteerd op een worteltje en mogen ze een kijkje nemen achter de schermen. De acteurs gaan kort in gesprek met de kinderen over wat ze gezien hebben. Ze sturen het gesprek richting de bloemen, dieren en groenten die in de voorstelling voorkomen. Aan de hand van plaatjes spelen we door met deze verzamelingen. Met de kinderen worden deze reeksen uitgebreid. Een nieuw element wordt steeds van een tekening voorzien. We proberen de reeksen zo lang mogelijk te maken. We tellen met de kinderen hoelang de reeks wordt. Via deze herhaling en telling spelen we met nieuwe woorden en proberen we met de kinderen kleine rijmpjes te maken. Tot slot leren we ze een telrijmpje of lied waarin een aantal dieren, groentes en bloemen voorkomen die ze hebben geoefend. Hiermee leren we de kinderen iets dat ze ook zonder onze aanwezigheid kunnen herhalen.
Klik hier voor een fotoimpressie.
In Gezocht: konijn gaan drie politieagenten op zoek naar een konijn dat ontsnapt is uit de gevangenis. Konijnen houden zich namelijk niet aan de regels. Ze graven overal holen zonder daar een vergunning voor te vragen, eten wortels waar ze niet voor hebben betaald, poepen op straat en hoewel ze enorme oren hebben luisteren ze niet. Er begint een achtervolging waarbij het konijn, in de vorm van een vingerpop steeds ergens anders in de miniatuurstad verschijnt. Uiteindelijk blijkt de stad overgenomen door konijnen en groeien er zelfs bij de baas van de politie konijnenoren. De voorstelling wordt op drie niveaus vertelt. In het groot door de acteurs. Zij zijn als politieagenten de motor van het verhaal. In het klein volg je de gebeurtenissen op een groot scheef tafelblad dat een miniatuurstad verbeeldt. Dit is het niveau van de vingerpoppen en de politieauto,die via een magneet door de stad scheurt. Het derde niveau is dat van de tekeningen. Sommigen worden live getekend, anderen zijn geprepareerd op grote borden.
Gezocht: konijn wordt gespeeld op scholen in Rotterdam, gecombineerd met een taalontwikkelingsproject. Dit project is mede tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van Stichting Bevordering van de Volkskracht.
Taalontwikkeling
Doordat de voorstelling zich op deze drie niveaus afspeelt is er vanuit allerlei invalshoeken een verbinding met het verhaal te maken. Dat geeft de acteurs de mogelijkheid om in hun taalgebruik ‘niet door de knieën te gaan‘. Er is gekozen voor woorden en zinnen die niet per definitie kindertaal zijn. Hierdoor komen de kleuters tijdens de voorstelling in aanraking met allerlei woorden die ze nog niet kennen. Dit is geen belemmering, als ze het niet begrijpen kunnen ze via het poppenspel of de tekeningen het verhaal volgen. Vandaar dat we denken dat de voorstelling veel mogelijkheden biedt om aan te sluiten met een taalprogramma.
Taalworkshop
Na de voorstelling worden de kinderen getrakteerd op een worteltje en mogen ze een kijkje nemen achter de schermen. De acteurs gaan kort in gesprek met de kinderen over wat ze gezien hebben. Ze sturen het gesprek richting de bloemen, dieren en groenten die in de voorstelling voorkomen. Aan de hand van plaatjes spelen we door met deze verzamelingen. Met de kinderen worden deze reeksen uitgebreid. Een nieuw element wordt steeds van een tekening voorzien. We proberen de reeksen zo lang mogelijk te maken. We tellen met de kinderen hoelang de reeks wordt. Via deze herhaling en telling spelen we met nieuwe woorden en proberen we met de kinderen kleine rijmpjes te maken. Tot slot leren we ze een telrijmpje of lied waarin een aantal dieren, groentes en bloemen voorkomen die ze hebben geoefend. Hiermee leren we de kinderen iets dat ze ook zonder onze aanwezigheid kunnen herhalen.
Klik hier voor een fotoimpressie.
